De Vizsla
De Magyar Vizsla of Hongaarse Staande Hond, is een middelgrote, elegant gebouwde kortharige of draadharige staande hond. Staande honden blijven vast voor het wild staan, na het land al zigzaggend te hebben afgezocht met opgeheven hoofd tegen de wind in om de verwaaiing van het wild op te vangen. Hij stoot het wild pas op na het bevel van de jager en werkt dus nauw met de jager samen.
Dit betekent niet dat de Vizsla alleen geschikt is voor personen die met de hond gaan jagen. De Vizsla is ook prima geschikt als huishond. Eigenaren die hem echter alleen als huishond willen houden zouden de hond tekort doen.
U dient zich te realiseren dat een Vizsla een energieke hond is, met grote behoefte aan beweging om zich lichamelijk en geestelijk prettig te voelen. Men laat ze niet in huis liggen met drie keer per dag een blokje om. Dat kan en mag men deze prachtige honden niet aandoen!
Geschiedenis
De naam Magyar Vizsla
Bij de naam Magyar Vizsla geeft het eerste deel van het woord al aan dat het om een Hongaars ras gaat. Over de herkomst van het woord vizsla lopen de meningen uiteen.
Zo was er naar het schijnt in de twaalfde eeuw langs de rivier de Donau een nederzetting van die naam. Andere bronnen wijzen erop, dat het oud-Hongaarse woord "vizi" de betekenis van "zoeken" zou hebben gehad. Volgens weer anderen betekent het woord echter "mager".
Oorsprong
Over de oorsprong van het ras zijn weinig concrete gegevens bekend. Het gebied waar de vizsla in latere eeuwen zijn herkomst had, is de oude Romeinse provincie Pannonië, het huidige Hongarije ten westen van de Donau.
Alle jachthonden uit Pannonië hebben dezelfde geelrode vachtkleur die we ook bij de Turkse jachthonden aantreffen. Dat hoeft ons niet te verwonderen, want uit de tijd van de grote volksverhuizingen in Europa is bekend dat de Hunnen tussen 375 en 455 meermaals tot Midden-Europa doordrongen. Rond het jaar 830 kwamen de Slowaken in het dal achter de Karpaten terecht. Doch zij werden daar verjaagt door de Magyaren, die zich rond 895 in het bekken van de Karpaten vestigden. De Magyaren waren een nomadenvolk, dat vanuit Siberië kwam en al jagend en vissend langs de rivieren de Wolga en Kana in Hongarije kwamen om zich daar te vestigen als herdersvolk.
In de dertiende eeuw kwamen Turkse vluchtelingen Hongarije binnen en zij brachten hun gele vogelhonden met zich mee. Deze mooie, kortharige zandkleurige jachthond trok gelijk de aandacht van de adel en grootgrondbezitters. Zij gelden als de voorvaderen van de vizsla.
Karakter
De Vizsla is een rustige, vriendelijke, soms zelfs een beetje een gevoelige hond, die niet bestand is tegen een ruwe behandeling maar met een tactvolle baas tot grote prestaties kan komen en zeker de gewaardeerde kameraad van een gezin kan zijn. Typische karaktereigenschappen van de Vizsla zijn:
Gemakkelijk en snel af te richten
Kan een grove behandeling slecht verdragen
Uitstekend geheugen
Voortreffelijke vaardigheid tot combineren
Onmiskenbare jachtpassie, voelt zich in huis ook erg prettig
Liefdevol karakter
Levendig temperament en aanhankelijk